A R T W O R K > TEXTS



Hedwig Brouckaert, laureaat van het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK), pendelt tussen New York en Gent, tussen wereldmetropool en dorp in de stad. Het oeuvre van Brouckaert pendelt bovendien in de hedendaagse artistieke ruimte als een slinger van Foucault. Brouckaert blijft kunst maken die afbuigt van de vooronderstelde beweging, wars van te volgen trends maar volledig eigentijds. In de werken die ze tentoonstelt in de galerie van Jan Dhaese te Gent kan het u moeilijk ontgaan dat Brouckaert herinneringen evoceert aan een strikt persoonlijk en een universeel, gedeeld verleden. Het kleurenpalet in de muurinstallatie VICTORIA’S ASCENSION (2013, materialen: tijdschriftknipsels, menselijk haar) refereert aan schilderijen van oude meesters. De minuscule barsten die deze werken vandaag vertonen, zijn bij Brouckaert krassen geworden. Het is een ongerestaureerde geaderdheid die ons aan het denken zet over de Janus-verhouding die we allemaal onderhouden met oude en nieuwe media. Digitale technologie en het proces van digitalisering zijn nooit ver weg in het oeuvre van Brouckaert, maar deze keer telt vooral de suggestie en niet de alomtegenwoordigheid. Dit maakt het werk van Brouckaert even profetisch als melancholisch. Brouckaert presenteert ons haar eigen reminiscentie. De titel van deze tentoonstelling ontleent Brouckaert niet toevallig aan een Amerikaans kinderwijsje: het is een pertinente vraagstelling naar hoe de verhalende tijd ons vergaat.
Refererend aan het instant karma van Victoria’s Secret met haar voorbeeldstellend glam&gloss-imago, bewaren de werken van Brouckaert een intimiteit die dieper ligt dan het onpersoonlijke geheim van de Amerikaanse retail fashion franchise. Brouckaert is het veeleer te doen om het hoogstpersoonlijke DNA dat verborgen zit in de kleine sporen die we dagelijks achterlaten in de publieke ruimte. Vooral Brouckaerts uitgevallen haren, hebben haar inspiratie gewekt. Het verweesde haar kunnen we zien als een metafoor voor het wegvallen van onze hoogsteigen fantasie, een vermogen van het individu dat ondergraven lijkt door de consumptie van tot onze verbeelding sprekende maar tegelijk fantasieloze koopwaar. Het is tegen deze opgedrongen lifestyle-accessoires dat Brouckaert zich met een ietwat hybride esthetiek afzet. Ze rijgt met eigen haar de banaliteit van het sublieme aaneen en pint met naalden de knooppunten vast tussen de vluchtige wensdroom van het ongerepte esthetische ideaal en de persoonlijke herinnering aan de doorleefde banden die ons met elkaar verbinden. Door deze techniek legt Brouckaert ook meteen een moderne paradox bloot: het verweerde verleden versus het gloednieuwe hier en nu, die in de kunstwerken hun gelaagdheid verliezen door verkleuring, verrotting en vernietiging. Hierdoor ontstaan beelden die boven het fysische uitstijgen en verworden tot een metafysisch weefsel van betekenissen.
Pas dan neemt de esthetische ervaring werkelijk een aanvang: wanneer de ingeplante of ingebonden oorspronkelijkheid van het materiaal niet langer louter aanschouwd kan worden, maar dient beschouwd als een textiel van gedachten, bedenkingen, vragen en kritieken.
Wie aansluiting vindt bij de metafysica in de kunstwerken merkt hoe Brouckaert inhoud en vorm steeds meer doorgedreven met elkaar vervlecht, zoals extensies in natuurlijk haar. Dat valt reeds sterk op in de serie tekeningen met carbonpapier op papier (2012) en de tekeningen op uitvergrote prints (2013), maar het kan niet worden genegeerd zodra de werken ook reliëf krijgen, zoals de ASCENSION PIECES (2013, materialen: tijdschriftknipsels, menselijk haar, spelden). De muurinstallatie VICTORIA’S ASCENSION is zelfs bijna een driedimensionaal werk, waarvan de vorm een onzeker momentum blijkt die met ouderdom gaat hangen en zal verbuigen. Het doet de toeschouwer/beschouwer denken aan de aftakeling van ons eigen lichaam. Alsook aan hoe tijd, vroeg of laat vermoeid en gelaten, ook gaat hangen en een buiging maakt voor de ongewisse eeuwigheid.
Dit proces van vergankelijkheid staat centraal in deze reeks werken van Brouckaert. De werken als een geheel bieden niet zonder meer een ‘trip down memory lane’ – dat zou te vrijblijvend, te ‘casual’ zijn, neen; ze maken een tijdreis door het collectieve geheugen met verwijzingen naar perioden in de kunstgeschiedenis als mijlpalen of wegwijzers.
De ASCENSION PIECES in het bijzonder zijn eigenlijk tableaus die gefragmenteerd documenteren over de dematerialisering van het lichaam in de ziel. Ze confronteren de enkeling met de betrachte duurzaamheid van het vluchtige. Een betrachting die net gedoemd is tot vergankelijkheid. Maar het werk van Brouckaert wacht de vergankelijkheid als verwijld eindresultaat niet af. Het blijft vertoeven in de aaneenschakeling van overgangen die uiteindelijk leiden tot het sluitstuk van vergankelijkheid. In de werken roept Brouckaert als het ware geesten op die teruggaan op Chinchorro mummies, Tintoretto en de Victorian Age. De bezieling uit deze specifieke referenties borduurt Brouckaert aaneen en voorziet zij thans van krassen op de ziel. De grilligheid van de krassen – wolkachtig, soms hels grimmig en dan weer hemels wulps – maakt het materiaal opnieuw levendig, waardoor wat eertijds stilleven was, herrijst als tableau vivant. Het is hier dat de zwarte magie haar werk doet: Brouckaert invoceert om vervolgens te bezweren, een praktijk zo herkenbaar uit de voodoo.
De ASCENSION PIECES en de installatie VICTORIA’S ASCENSION zijn op die manier eigenlijk artistieke brouwsels uit de magische ketel van een heks of een tovenares. Brouckaert maakt metafysische mengsels met haren, naalden, beelden en betekenissen als ingrediënten. Als onbekend en onbestemd ingrediënt rest enkel de ervaring van de toeschouwer, de interpretatie van de beschouwer.

Tom De Mette © 2013


DE ZWARTE MAGIE VAN DNA
by Tom De Mette
2013

That’s the end of the story..., which nobody can deny?
Essay for solo show at Jan Dhaese gallery in Ghent.
September 8 - October 27, 2013